medische hulp verlenen terwijl je vreest voor je eigen leven

Terwijl de bombardementen aanhouden, proberen sommige Gazanen hun werk voort te zetten. Meestal met gevaar voor eigen leven. „Tijdens het werken moet ik steeds aan mijn kinderen denken.”

Veel Gazanen denken allang niet meer aan de baan die ze hadden voor de oorlog. Door de constante bombardementen zijn ze vooral bezig met overleven. Duidelijk is echter dat het conflict een grote klap toebrengt aan de werkgelegenheid in de enclave. Zeker 66 procent van de banen in Gaza ging verloren sinds het Israël-Hamas-conflict begin oktober uitbrak, volgens cijfers van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). De organisatie waarschuwt dat het werkgelegenheidsverlies nog verder kan toenemen.


„Tegenwoordig kan bijna niemand in Gaza nog een inkomen uit werk verdienen”, zegt Peter Rademaker, plaatsvervangend regionaal directeur van de ILO voor de Arabische staten, in een persbericht.


Voor de oorlog leefde bijna de helft van de bevolking in Gaza onder de armoedegrens en had 46 procent van de bevolking geen baan. Bij de jongeren lag dat percentage op bijna 60 procent.

Ter vergelijking: in het derde kwartaal van dit jaar was 3,6 procent van de Nederlandse beroepsbevolking werkloos.

Het toch al grote gebrek aan banen dwong veel Palestijnen werk te zoeken in Israël, maar de oorlog verhindert dat. Israël laat sinds 7 oktober niemand meer toe.


Afhankelijk

De Gazaanse economie is grotendeels afhankelijk van Israël. Sinds Hamas er in 2007 aan de macht kwam, gelden er beperkingen voor de import van goederen, waaronder elektronische en computerapparatuur. Israël beperkt ook de snelheid van het internet: Gaza maakt nog gebruik van 2G, als het internet al werkt.


Hulpverleners, journalisten en ngo-medewerkers in Gaza werken onder grote druk in de frontlinie. De mensen in deze beroepen doen belangrijk werk voor hun mede-Gazanen maar draaien nu al weken overuren. Soms met vrees voor hun eigen leven: tijdens de oorlog zijn al meer dan 21.000 Gazanen omgekomen, volgens cijfers van het Hamas-bestuur, vooral door de bombardementen.


NRC sprak met vier mensen in Gaza die, oorlog of niet, doorgaan met werken. Hoe beïnvloedt de oorlog hun werk? Wat voor risico’s brengt het conflict met zich mee in hun werkende bestaan?


PERSVOORLICHTER Inas Hamdan

Inas Hamdan werkt in Gaza als persvoorlichter voor de UNRWA, de VN-organisatie die zich sinds 1949 inzet voor Palestijnse vluchtelingen. De werknemers van de ngo voorzien mensen tijdens de oorlog van voedsel en zijn actief in gezondheidsinstellingen, vluchtelingenkampen of scholen. Sinds 7 oktober zijn 136 UNRWA-medewerkers gedood.

Op 13 oktober is Hamdan met haar familie geëvacueerd naar het zuiden van Gaza. „Het zijn moeilijke tijden, niet alleen voor mij, maar ook voor mijn familie en de rest van de Gazaanse gemeenschap”, zegt Hamdan, die al acht jaar voor UNRWA werkt als hulpverlener. Sinds het begin van de oorlog heeft ze geen elektriciteit meer en is de internetverbinding slecht. In de uren dat Hamdan kan appen of bellen, legt ze contact met mensen om actuele informatie te krijgen over de humanitaire situatie.

Via de websites en sociale media van UNRWA houdt Hamdan mensen op de hoogte over de ontwikkelingen in Gaza. „Een deel van mijn werk bestaat uit veldbezoeken om informatie te verzamelen, om via UNRWA-kanalen het dagelijks lijden van ontheemden te kunnen weergeven.” Door de communicatiestoringen is het moeilijk contact te krijgen met haar collega’s. Een andere uitdaging is het brandstoftekort. Daardoor kunnen voertuigen van UNRWA zich lastig verplaatsen. „UNRWA-medewerkers kunnen ook niet zomaar meer een auto krijgen, wat ze voor de oorlog gewend waren.”

„Tijdens het werken moet ik steeds aan mijn kinderen denken, die ik dan bij hun vader thuis achterlaat in het zuiden van Gaza. Ik kan niet eens beschrijven hoe bang ik ben als ik hoor over een luchtaanval op mijn buurt. Ik bel ze onmiddellijk, maar de meeste telefoonlijnen in de Gazastrook zijn slecht.”

JOURNALIST Maha Hussaini

Maha Hussaini werkt voor een mensenrechtenorganisatie die zich richt op het Midden-Oosten en Europa. Ook werkt ze als freelance journalist voor de Britse nieuwssite Middle East Eye. Naast haar verslaggeving in Gaza houdt zij ruim 45.000 volgers op X gedurende de dag op de hoogte van de ontwikkelingen in de kuststrook. Haar werk is gevaarlijk. Meer dan zestig Palestijnse journalisten werden tijdens de oorlog al gedood.

Net als Hamdan heeft Hussaini op vrijdag 13 oktober haar woonplaats in Gaza-Stad moeten verlaten. Ze vluchtte naar het midden van de Gazastrook. Haar woonwijk in Gaza-Stad is meerdere keren gebombardeerd nadat ze op de vlucht sloeg.

Sinds haar vertrek merkt de journalist dat ze door de gebrekkige telecommunicatie bijna volledig van de buitenwereld is afgesloten. Toch blijft ze doorwerken: ze is zich ervan bewust hoe cruciaal haar werk is, nu veel journalisten in Gaza vertrekken of omkomen en er weinig informatie uit Gaza de buitenwereld bereikt.

Net als bij Hamdan vormen de netwerkstoringen een belemmering voor haar werk. Ze schrijft haar artikelen op haar mobiel omdat ze geen internettoegang heeft op haar laptop. Door het gebrek aan stroom is het lastig om bronnen te bereiken. Soms moet ze kilometers lopen om interviews af te nemen.

Volgens Hussaini wil Israël journalisten in Gaza het zwijgen opleggen en de stroom van nieuws die vanuit de Gazastrook komt beperken. Hussaini houdt er elke dag rekening mee dat ze gedood kan worden.

MEDISCH HULPVERLENER Aed Yaghi

Aed Yaghi is medisch hulpverlener en directeur van de Palestinian Medical Relief Society. Deze Palestijnse ngo heeft tien gezondheidscentra in de Gazastrook en biedt gezondheidszorg aan Gazanen. Net als journalisten en humanitaire hulpverleners zijn ook medici niet veilig in Gaza. Bij aanvallen op ziekenhuizen zijn al honderden doden gevallen, volgens de Wereldgezondheidsorganisatie.

„We bezoeken vluchtelingenkampen of komen bij mensen aan huis die in grote nood verkeren”, zegt Yaghi. Het overgrote deel van de medische hulpverleners en artsen bevindt zich nu in het zuiden van Gaza, waar veel Gazanen naartoe moesten vluchten, en werkt vooral in de vluchtelingenkampen dicht bij hun huidige verblijfplaats. „Omdat het te moeilijk is voor ons om van de ene plek naar de andere plek te gaan.”

De luchtaanvallen hebben veel hulpverleners verwond en gedood. Yaghi heeft het contact met sommigen van hen verloren, vooral met hulpverleners uit het noorden van de Gazastrook. „We kunnen niet communiceren met sommige collega’s, vooral niet in Gaza-Stad en Jabalia, in het noorden van Gaza. We weten niets over hen en maken ons zorgen over hun veiligheid.” Sinds Israël de zuidelijke plaats Khan Younis binnendrong, nemen ook daar de zorgen toe over de veiligheid van hulpverleners.

Yaghi’s dagelijks leven is overhoop gegooid. Hij woont sinds een paar weken met zijn vrouw en twee dochters in Deir al-Balah, een stad in het midden van de Gazastrook. Soms staat hij uren in de rij om water en eten te krijgen voor zijn gezin. Ook het contact met andere familieleden is moeilijk. „Je loopt soms een uur om een vriend of familielid te bereiken.”

MENSENRECHTENADVOCAAT Raji Sourani

Raji Sourani heeft zich de afgelopen decennia ingezet voor de mensenrechten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Naast zijn werk als mensenrechtenadvocaat richtte hij in 1995 het Palestijnse centrum voor mensenrechten op (PCHR). In november vluchtte hij met zijn vrouw en zoon naar Caïro nadat zijn woning in Gaza-Stad voor de tweede keer werd gebombardeerd.

In Egypte zet hij zijn werk voort. Het gebied waar Sourani in Gaza woonde, werd vanaf de eerste dag gebombardeerd. Die bombardementen raakten ook twee van zijn kantoren. Het PCHR volgt de activiteiten van de Israëlische strijdkrachten in de Gazastrook. Het bijhouden hiervan werd behoorlijk belemmerd de afgelopen maanden. De bombardementen en verwoestingen zijn zo massaal dat het personeel van Sourani niet alles kan rapporteren.

Sourani kreeg de afgelopen maanden rapporten van veldwerkers en advocaten die de situatie op verschillende plekken in de Gazastrook beschreven. Het gaat om medewerkers van het PCHR die gewend zijn om in moeilijke omstandigheden te werken, maar ook voor hen werd het te gevaarlijk in Gaza. „Daarom heb ik onze veldwerkers en advocaten gevraagd om alleen te rapporteren over wat er in hun directe omgeving gebeurt.” Volgens Sourani is het nieuw dat heel Gaza doelwit is van bombardementen, in plaats van alleen een bepaald gebied.

Israël zegt dat het vooral militaire Hamas-doelwitten bombardeert, maar volgens Sourani is dat niet waar. „De echte doelen van deze aanvallen zijn de huizen, bakkerijen, watertanks, benzinestations en ziekenhuizen.”