Israëlisch-Nederlandse soldaat Jonathan (22) werd in Gaza geraakt door raketwerper

Toen het Israëlische leger eind oktober Gaza binnenviel stond de half-Nederlandse Jonathan Ben Hamou aan de frontlinie. Op 2 november werd hij geraakt door een raketwerper van Hamas. Jonathan (22) verloor zijn been. Correspondent Gilad Perez zocht hem op in het revalidatiecentrum. ,,Ik heb het niet voor niks gedaan.”

Met moeder Ellen, geboren en getogen in Rotterdam, blikt hij terug op die zwarte zaterdag. Op 7 oktober om half zeven gaat het luchtalarm af in Asjkelon, 13 kilometer van Gaza, waar de familie woont. ,,Daarvoor hoorde ik al bommen vallen.”


Er komen berichten via Telegram dat er zelfs Hamasstrijders in Asjkelon zijn gesignaleerd. Jonathan pakt zijn geweer en zegt: ‘Ik ga die terroristen even neerschieten’. Na zijn korte jacht op Hamas wordt hij opgebeld dat iedereen zich moet verzamelen op de militaire basis. Voor negen uur ’s ochtends is Jonathan weg. Hij zal zijn familie bijna een maand niet zien. Het andere deel van de familie wordt naar het noorden geëvacueerd.


Zoals bij eerdere operaties gaat Jonathan voorop in de strijd. Hij is als luitenant in vaste dienst bij het leger en stuurt zeventig soldaten aan. Bij het IDF was hij net aangenomen op de officiersopleiding.


Dagenlang ziet hij geen enkele terrorist, terwijl zijn eenheid richting de Middellandse Zee trekt. Jonathan is zeer populair, zijn soldaten vertrouwen hem blindelings. ,,Als ik kon kiezen dan wilde ik jou als mijn officier”, zei zijn leidinggevende ooit tegen hem.


Explosie

Op 2 november is Jonathan bezig met het vrijmaken van een gebied in Gaza. Opeens duikt een Hamas-strijder op en schiet met een raketwerper (RPG) richting Jonathan. De raket treft zijn been. ,,Plotseling was er een explosie en werd het donker.”

 

,,Ik heb niemand gezien. Ik kijk vervolgens naar beneden en ik zie alleen mijn tenen. Waar is mijn schoen?” De raket komt terecht in de gepantserde bulldozer waarin hij zit met naast hem de operateur van het voertuig. Jonathan handelt ‘snel en koelbloedig’. Ze rijden achteruit en botsen tegen een voorwerp. ,,We gaan er nu uit”, zegt hij vastbesloten.


Kort daarna vliegt de bulldozer in brand. Zijn kameraden rennen naar hem toe en verlenen eerste hulp, zodat hij vervolgens met een brancard kan worden weggebracht naar de helikopter. Later komt hij aan in het Soroka-ziekenhuis in Beer Sjeva, een stad in het zuiden van Israël.


Hij belt moeder Ellen. ‘Ik ben in het ziekenhuis. Ik ben geraakt door een raketwerper’. ,,We zijn er gelijk naartoe gereden”, vertelt zij met tranen in de ogen. ,,Hij leefde in ieder geval.” Vader Anan is vooral opgelucht. ,,Ik dacht aan het slechtste wat kon gebeuren. Ik dacht dat hij zou sterven.”


Been vol scherven

Zijn linkerbeen is weg, het andere been zit vol met scherven. ,,Die komen er veel later pas uit”, zegt hij terwijl hij bij de fysiotherapie staat. Door de scherven heeft hij botbreuken opgelopen en kan hij nog niet lopen met zijn ene been. Met behulp van een rollator schuift hij over de gangen van het revalidatiecentrum.


Jonathan kijkt zichzelf aan in de spiegel. Hij beweegt zijn halve been heen en weer. Een fysiotherapeut helpt hem met zijn balans. Jonathan zit in de eerste fase van zijn herstel. Hij moet nu aansterken, trainen met lopen en het halve been moet helen om de prothese aan te kunnen brengen. ,,Over ruim een jaar moet hij weer kunnen lopen”, zegt zijn moeder.


Nationalistisch

Bij de familie Ben Hamou heerst een nationalistisch gevoel. ,,Ik heb het niet voor niks gedaan”, zegt Jonathan. ,,Ik heb gestreden voor mijn huis.” Volgens Ellen moeten de mensen niet vergeten dat Hamas erop uit is om heel Israël te verdelgen.


Over een paar maanden zou Jonathan worden bevorderd tot kapitein. Jonathan wil weer terug naar het leger, laat vader Anan weten. ,,Als hij weer kan lopen, gaat hij misschien een commandantencursus volgen. Daarna besluit hij of hij verder wil in het leger.”


Jonathans kamer hangt vol met bemoedigende kaarten waarop hij wordt geprezen voor zijn opoffering voor het Israëlische leger. Hij verblijft er niet alleen. Ook andere gewonde IDF-soldaten worden hier behandeld. Enkelen hebben net als Jonathan nog maar één been. Anderen hebben scherven in hun benen en lopen met krukken.


In het ziekenhuis is hij spraakzaam en maakt hij veel grapjes. Het eerste dat hij zei nadat hij hoorde dat zijn been was geamputeerd? ‘Geen probleem’. Moeder Ellen: ,,Het is een hele optimistische jongen. We gaan er het beste van maken.”


Sinds het uitbreken van de oorlog op 7 oktober zijn meer dan vierhonderd Israëlische soldaten gedood. Bijna drieduizend raakten gewond. Het IDF definieert 91 procent van de patiënten als lichtgewond, 6 procent als matig en 3 procent raakte ernstig gewond.