De angst bij inwoners aan de grens voelt heel israël na 7 oktober

In Israël kent bijna iedereen wel iemand die direct of indirect slachtoffer is geworden van de aanval van Hamas van 7 oktober. Vooral in de Israëlische stad Sderot, naast Gaza, zijn de littekens goed zichtbaar. En overal is neergedaald dat Hamas moet worden verslagen.

Sderot in het zuiden is aangeslagen sinds die zwarte zaterdag in oktober. De bussen naar de stad rijden nog steeds, al zijn ze nu vooral gevuld met soldaten. Tijdens de aanval doodden Hamas-militanten hier minstens vijftig burgers en twintig politieagenten. Een minibus met senioren werd bestookt, waarbij alle 15 passagiers omkwamen. Vrouwen, kinderen en ouderen zijn sindsdien terughoudend om het openbaar vervoer te gebruiken.

 

Honderd dagen na Operatie Al-Aqsa-storm blijkt uit gesprekken door heel het land dat de wraakgevoelens van de eerste dagen nog steeds sterk aanwezig zijn.

Verdriet en woede hebben zich genesteld, aangezien bijna iedereen wel iemand kent die direct of indirect slachtoffer is geworden van de Hamas-aanval. De verschrikkingen van de oorlog kwamen opeens weer heel dichtbij, uitgerekend op een bijzondere dag, de joodse feestdag Simchat Thora, vijftig jaar en een dag na het uitbreken van de Jom Kipoer-oorlog op 6 oktober 1973.

 

Op sociale media werden al snel gruwelijke beelden van kansloze slachtoffers gedeeld. Ontzette Israëliërs stuurden elkaar horrorvideo’s die eigenlijk niemand wilde zien. Buitenstaanders kregen ze vervolgens in hun Whatsapp, ter rechtvaardiging van de bombardementen op Gaza die volgden. Zo werden en worden de wraakgevoelens verder aangewakkerd.

Israël is nog lang niet klaar met de represailles voor 7 oktober, al groeit de kritiek op premier Benjamin Netanyahu en diens door streng religieuze partijen gesterkte kabinet. Nieuwe peilingen wijzen uit dat de gematigde oud-generaal en minister van het oorlogskabinet Benny Gantz aan populariteit wint, ondanks dat een meerderheid van de Israëli’s de overtuiging heeft dat Hamas vernietigd moet worden.


Gegijzelden op posters


Dan zijn er nog de gegijzelden, inwoners uit Sderot en andere overmeesterde nederzettingen die nog altijd in handen zijn van Hamas. Geschokte families houden premier Netanyahu persoonlijk verantwoordelijk voor hun lot en eisen de terugkeer van hun dierbaren.

 

In heel het land zie je hun gezichten op posters. De leuze ‘Bring them home’ kent iedereen. Met die slogan heeft een Israëlische zakenman, die persoonlijke betrokkenheid heeft bij de gebeurtenissen op 7 oktober, een organisatie opgericht voor de families van de gegijzelden. Veel Israëliërs dragen een solidariteitsketting voor hen die worden vastgehouden in Gaza.


Dagelijks wordt er gedemonstreerd en vooral op het zogeheten gijzelaarsplein, naast het kunstmuseum in Tel Aviv. Zaterdags komen daar wel tienduizenden Israëli’s op af. Oud-gegijzelden houden toespraken en bekende Israëli’s zingen liederen.


Twee maanden geleden werden meer dan honderd gijzelaars vrijgelaten. Een meerderheid van de bevolking steunde die deal. Maar ook klonk er kritiek over dat er was onderhandeld met een terroristische organisatie; door het aan de vrijlating van gijzelaars gekoppelde bestand zou Hamas zich kunnen hergroeperen, waardoor het misschien zelfs sterker uit het bestand kan komen.


Inmiddels laat een meerderheid van de Israëli’s in peilingen weten er niet meer op te vertrouwen dat alle gijzelaars levend terugkomen. Dat gevoel wordt versterkt door berichten over gedode gijzelaars.

Het Israëlisch Democratisch Instituut (IDI), een onderzoeksbureau, peilde onlangs dat een meerderheid (56 procent) van mening is dat de intensieve gevechten moeten worden voortgezet in Gaza zodat het Israëlische leger de gijzelaars kan bevrijden. Een minderheid (24 procent) denkt dat het verstandiger zou zijn om in ruil voor de gegijzelden alle vastgehouden Palestijnen vrij te laten, zelfs als dit betekent dat de aanvallen op Hamas (tijdelijk) worden gestaakt.


Doffe explosies


Terug naar het uitgestorven Sderot dat al zoveel veel leed heeft gezien. Vroeger heette het hier Najd, een Palestijns dorp waarvan de 600 bewoners moesten vluchten ten tijde van de de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948. Doffe explosies klinken terwijl helikopters af en aan vliegen.

Een groot winkelcentrum zit potdicht, alleen bij een benzinestation en een supermarkt is verlichting. Pol Sherman (28) bracht voor de oorlog Gazanen naar de grensovergang, Palestijnse arbeiders die in Israël werkten. „Ik was niet bang voor ze. Ik kreeg er energie van.” Maar zijn optimisme sneuvelde op 7 oktober. „Wij hebben jarenlang geprobeerd om vrede te sluiten, maar dat willen de Palestijnen niet.”


Sherman staat model voor veel Israëliërs die eerst nog best open stonden voor vrede met de Palestijnen en een tweestatenoplossing, maar die nu ferme taal uitslaan. Het is oorlog, de rijen zijn gesloten. Links-Israël, dat toch al onder druk stond, hangt in de touwen. ,,Praten met terroristen is zinloos”, zegt bewoonster Nicole Liberman (19) die in het Israëlische leger dient. ,,Ik leef al negentien jaar van oorlog tot oorlog in Sderot.”


En nu is het bovendien persoonlijk geworden. Twee van haar vriendinnen worden gegijzeld door Hamas. Zelf sliep Nicole door de sirenes heen op 7 oktober. Later op de dag hoorde ze schoten buiten haar huis. ,,De gevechten duurde twee dagen. We werden bevrijd door het Israëlische leger en geëvacueerd naar Netanya”. Deze badplaats in het westen aan de Middellandse Zee is een van de weinige plaatsen in het land waar deze maanden nog geen luchtalarm heeft geklonken.


Jeruzalem


Waar Israëlische steden in het noorden en zuiden vaak vrijwel uitgestorven lijken, probeert Tel Aviv de normaliteit van het leven van alle dag te herpakken. Tijdens uitgaansavonden krioelt het van de mensen die even niet aan de oorlog willen denken.


In de oude stad van Jeruzalem is het stil op straat. De meeste rolluiken van de Arabische markt zijn omlaag. Zwaarbeveiligde agenten patrouilleren door het centrum, want ook de dreiging van terroristische aanslagen blijft bestaan. Begin december schoten twee leden van Hamas bij een bushalte in Jeruzalem nog drie Israëli’s dood.


Bewoners van de kibboetsen langs de grens met Gaza en Libanon zijn geëvacueerd. Het normale leven van meer dan 200.000 inwoners staat op de kop, zij zijn ontheemd en verblijven in verschillende hotels in Israël. Vooral inwoners in het noorden vrezen een escalatie met het Libanese Hezbollah, na de dood van Saleh al-Arouri, het Hamas-kopstuk dat begin januari nabij Beiroet werd gedood.


Weinig ruimte voor nuance


Als een Israëli al spreekt over het leed van de Palestijnen, wijst die meestal in dezelfde zin naar Hamas als schuldige. Zelfs in de normaal zo liberale stad Tel Aviv is er weinig ruimte voor nuance. Terwijl het leed van de ander erkennen het begin zou kunnen zijn van toenadering, stelt de Israëlische psycholoog Ofer Shinar Levanon. „Het leed van de ander erkennen vinden velen onverdraaglijk.”


Aan de rand van Sderot staat een klein huisje waar de Israëlische soldaten kunnen eten. Tehila Hanya Ifrach (40) draagt een lading voedsel naar binnen. Ze werkt als vrijwilliger om de soldaten een hart onder de riem te steken. Een paar soldaten pakken broodjes en drinken koffie. „We willen ze bedanken voor hun goede dienst”, zegt Tehila.


Op die bewuste 7 oktober was haar 15-jarige zoon voor het eerst alleen in Sderot, zonder zijn moeder. Tehila was bij de familie van haar man. Ze stond doodsangsten uit. ,,Ik denk dat ik tien jaar van mij leven heb verloren die dag.”