Voor ultraorthodoxen in Israël schuurt het op de vooral seculiere werkvloer

Ultraorthodoxe joodse mannen moeten aan het werk, klinkt het al jaren in Israël. Maar de culturele kloof met de seculiere samenleving is groot.

Als ultraorthodoxe jongen liep Shlomo Black nerveus de klas binnen op de open universiteit in Jeruzalem. Laat niemand mij herkennen, dacht de eerstejaars psychologiestudent. „Ik was bang dat mensen mij zagen met een laptop. Dat ik studeerde, voelde verkeerd – alsof ik had gefaald”, vertelt de nu 33-jarige Black over zijn worsteling. 


De academische wereld is voor ultraorthodoxe joden veelal onbekend terrein.

Black is tegenwoordig psycholoog, en onderzoeker bij het Institute for National Security Studies in Israël. Zijn eigen ervaringen op de universiteit hebben hem ertoe aangezet de integratie van ultraorthodoxen, haredim, in de Israëlische samenleving te onderzoeken.


Veel ultraorthodoxe mannen in Israël werken niet, maar besteden hun tijd aan het bestuderen van de Thora, de oude joodse wetboeken. Het was daarom bepaald niet vanzelfsprekend dat Black naar de universiteit ging. Maar nadat hij was behandeld voor ADHD, besloot hij psychologie te gaan studeren. Zelfgenezing is voor veel psychologen de drijfveer om die studie op te vatten, legt hij uit.

Voor de meeste ultraorthodoxe mannen is studeren en de arbeidsmarkt op gaan nog altijd een stap te ver, maar Black kreeg steun uit zijn omgeving. „Ik had veel geluk dat mijn vrouw en zelfs mijn rabbijn studeren aan de universiteit steunden.”

De meeste orthodoxe joden die studeren doen dat eerder voor hun levensonderhoud, dan voor kennis

Het verhogen van de arbeidsparticipatie van ultraorthodoxen is voor Israël, met zo’n 9,5 miljoen inwoners, een economische noodzaak. Volgens het Israel Democracy Institute (IDI) kostte de lage arbeidsproductiviteit van orthodoxe mannen in 2018 zo’n 33 miljard sjekel (9,5 miljard euro), omgerekend 2 procent van het bbp.


De haredim maken zo’n 13 procent van de Israëlische bevolking uit, een aandeel dat naar verwachting groeit tot ongeveer een derde in 2065. Een ultraorthodoxe vrouw krijgt gemiddeld ongeveer zeven kinderen, een seculiere vrouw twee. Het armoedecijfer onder de orthodoxen ligt bovengemiddeld hoog. Volgens het IDI leeft 44 procent van hen in armoede, tegen 22 procent gemiddeld. De Israëlische overheid steunt de haredim financieel, maar voorziet zeker niet in het volledige levensonderhoud.


Werkende vrouwen

„Een sociale revolutie in Israël: ultraorthodoxe mannen aan het werk”, kopte het Israëlische dagblad Haaretz in 2016. De arbeidsparticipatie van die groep steeg toen voor het eerst boven de 50 procent, onder andere door gerichte stimulering vanuit de overheid. „De gegevens laten zien dat we het niet langer hebben over een gemeenschap van [Thora-]studenten, maar over een gemeenschap van studenten en werknemers”, stelde onderzoeker Gilad Malach in het artikel.


Maar sindsdien stagneert de arbeidsdeelname onder orthodoxe mannen. Toenmalig premier Benjamin Netanyahu, die na de verkiezingen van 2015 enkele haredi-partijen opnam in zijn regering, maakte een deel van de prikkels die de werkgelegenheid onder haredim moesten stimuleren ongedaan. De coalitie verhoogde de kinderbijslag, en investeerde in het orthodoxe onderwijs, waar de vorige regering juist op had bezuinigd.


Demissionair minister van Financiën Avigdor Lieberman heeft wetgeving aangekondigd die de arbeidsparticipatie moet bevorderen, maar nu Israël zich opmaakt voor de vijfde parlementsverkiezing in drie jaar tijd, is het lot van die plannen ongewis.

De arbeidsdeelname is anders onder ultraorthodoxe vrouwen, die vaak kostwinner zijn omdat de mannen de Thora bestuderen. Van deze vrouwen had in 2020 78 procent betaald werk, tegen 71 procent vijf jaar eerder.


Vervreemding

Op vrijdagmiddag, een paar uur voor sjabbat, de heilige rustdag, zit Black voor zijn computer in zijn kliniek in Bnei Brak, de overwegend ultraorthodoxe stad waar hij met zijn vrouw en twee kinderen woont. In deze stad vlak bij Tel Aviv hebben de mannen lange zwarte pakken, hoge hoeden en grote baarden met pijpenkrullen en duwen getrouwde vrouwen, met pruiken op en in lange rokken, de kinderwagens voort.


Als zoon van een Britse vader en Amerikaanse moeder was het voor Black moeilijk om zich, na vestiging in Israël, thuis te voelen onder de Israëlische haredim. Ook het verbinden van zijn ultraorthodoxe en zijn Israëlische identiteit gaat niet zonder slag of stoot. Het houdt hem als onderzoeker al jaren bezig: hoe behoudt een jongen zijn haredi-identiteit en draait tegelijkertijd mee in de ‘seculiere’ Israëlische samenleving?


Volgens Black willen haredim van oudsher niet integreren in de niet-joodse wereld. „Dat is ook het idee van het getto. Ze willen het liefst gescheiden leven.” Zo houden ze afstand van de niet-joodse buitenwereld, om in alle rust strikt te kunnen leven naar de wetten van de halacha (joodse wetgeving).


Black concludeerde in zijn proefschrift dat pogingen de ultraorthodoxen te integreren in de seculiere wereld vanuit sociaal-cultureel perspectief niet succesvol zijn geweest. Ultraorthodoxen die studeren en werken in de seculiere wereld hebben psychologische en sociale problemen. „Ze dreigen te vervreemden van de haredische gemeenschap”, vertelt Black, die zelf op de universiteit deze vervreemding ondervond. „Ik kwam toen, voor het eerst in mijn leven, met vrouwelijke studenten in een klas. Dat was heel ongemakkelijk.” Black was de orthodoxe norm gewend die voorschrijft dat vrouwen en mannen gescheiden dienen te werken.


Deze ochtend, bij een vergadering voor PhD-studenten in Tel Aviv, werd juist te veel rekening met hem gehouden. „Minstens vier mensen vertelden me dat er koosjer eten was. Ze wilden niet dat ik me ongemakkelijk zou voelen, maar dat gaf me juist een ongemakkelijk gevoel.” Black concludeert: „Uiteindelijk ben ik op de universiteit een haredi en in mijn eigen buurt een wetenschapper. Het is 24/7 een gevoel van er niet bij horen.”


Integratie

De laatste jaren nemen de positieve berichten over integratie van de ultraorthodoxe gemeenschap in de seculiere maatschappij toe. Orthodoxen gebruiken vaker internet, het geboortecijfer daalt langzaam en ze trouwen later.


Ook berichten over arbeidsparticipatie waren behoorlijk positief. „Maar helaas zit daar sinds 2015 geen enkele beweging meer in”, vertelt Asaf Malchi, onderzoeker bij het Israel Democracy Institute, op het dakterras van een kantoor midden in Bnei Brak. In het gebouw werken ultraorthodoxen samen, mannen en vrouwen apart. Rond klokslag vier klinkt een Hebreeuwse oproep. Even later, in de centrale hal, beweegt een tiental zwartgeklede mannen hun bovenlichamen bevend van voor naar achter. Een gezamenlijk gebed tijdens het werk, het kan hier in Bnei Brak.


Waar deze haredische mannen nauwelijks hoeven integreren, moeten anderen de reis maken naar het seculiere Tel Aviv. Dat ligt op slechts tien kilometer van Bnei Brak, maar sociaal gezien is de afstand groot. Malchi deed onderzoek naar integratie op zulke ‘gemengde’ werkvloeren. Niet-haredi werkgevers en werknemers werd gevraagd naar hun ervaringen met ultraorthodoxe collega’s.


De ultraorthodoxen krijgen vooral met sociaal-culturele obstakels te maken, stelt Malchi. Denk aan haredim die zich isoleren van collega’s of zich niet houden aan werknormen, zoals het halen van deadlines. „Ze proberen geen carrière te maken op de arbeidsmarkt. De meesten komen alleen voor de kost naar werk”, ziet Malchi.


Zijn onderzoek laat wel ruimte voor verdere ontwikkeling. Zo concludeert hij dat werken met collega’s uit de ‘andere’ groep de sociale solidariteit zowel binnen als buiten de werkplek verbetert, en de sociale kloof tussen ultraorthodoxen en seculieren zal verkleinen. Belangrijk, want veel seculiere Israëliërs steekt het dat haredim minder werken en vaak de dienstplicht ontlopen. „Wanneer ze elkaar dagelijks ontmoeten op kantoor, in de fabriek of op de markt, kijken ze heel anders naar elkaar dan wanneer een seculiere Jood ultraorthodoxen op tv ziet demonstreren”, aldus Malchi.


In Jeruzalem, met Bnei Brak de grootste thuishaven voor de ultraorthodoxen, bevindt zich het Jerusalem College of Technology. Direct valt op dat er alleen mannen rondlopen. De universiteit heeft een religieus karakter en een aparte campus voor vrouwen. Ze doet het daarom goed onder religieuze joden. Zo is dagelijkse lezing van de Thora verplicht, en kan iedereen er koosjer eten.


Op de binnenplaats lopen overwegend religieuze joodse jongens, te zien aan het keppeltje. Binnen zit Yaakov Taber (27), een ultraorthodoxe jood die is afgestudeerd in computerwetenschappen. Taber is een vrolijke jongen met Amerikaanse wortels. Waarom hij is gaan studeren? „Voor het geld”, grapt een vriend naast hem. Hoewel beiden lachen, bevestigt Taber het belang van geld: „Ik wil er alles aan doen om de kost te kunnen verdienen voor mijn gezin. De meeste haredim die gaan studeren, doen het eerder voor hun levensonderhoud dan voor de kennis van de academische wereld.”


Op het Jerusalem College of Technology valt er voor religieuze joden weinig te klagen. „Dit is een zeer toegankelijke plek voor ons”, zegt Taber. „Wanneer je moeite hebt met wiskunde of Engels, helpt de universiteit je daarbij.”


Toch behoren ook deze studerende haredim tot een select gezelschap. „Ze zijn anders dan 99 procent van de haredische gemeenschap. Ze komen uit het buitenland en zijn ruimdenkender”, ziet de uit Zwitserland afkomstige docent Michael Dreyfuss.


Geven en nemen

Hoewel niet elke Israëlische universiteit zal overstappen op gescheiden onderwijs of verplichte Thorastudie, moeten werkgevers en universiteiten wel rekening houden met ultraorthodoxen, adviseert Black. „Als de staat wil dat ze deelnemen aan het praktische leven van het land, moeten ze geschikte sociaal-culturele plekken creëren, waar hun levensstijl niet wordt aangetast.” Black, Taber en Dreyfuss denken ook aan studiebeurzen voor haredi-studenten. Zo’n financiële bijdrage kan de drempel om naar de universiteit te gaan verlagen.


„Het is absoluut een tweeledig verhaal”, zegt Malchi. Je kunt volgens de onderzoeker niet verlangen dat een religieuze jood op de vrijdagmiddag doorwerkt, net voor de heilige sjabbat. Anderzijds moeten de ultraorthodoxen volgens Malchi accepteren dat niet overal in Israël mannen en vrouwen gescheiden kunnen werken.


Doorwerken op de sjabbat doet ook Shlomo Black niet. Hij zou nog heel de dag willen praten over zijn haredim. Alleen gaat Bnei Brak op slot voor de rustdag. Winkels sluiten, en op straat is geen auto meer te bekennen. Terwijl tien kilometer verderop de bars en terrassen van Tel Aviv volstromen met uitgaanspubliek, draait Black de sleutel van zijn kantoor in het slot. Hij beent snel weg om thuis te zijn voordat zijn vrouw de sjabbatkaarsen aansteekt.