Menig partij heeft een plek op het prodemocratische protest in Tel Aviv

Al meer dan dertig zaterdagen op rij gaan Israëliërs massaal de straat op tegen de beoogde juridische hervormingen van de ultrarechtse regering. Kan een aanval op de democratie de oppositie samenbrengen?

Het is reces in politiek Jeruzalem. Toch stromen nog elke zaterdag de straten vol met Israëliërs die de meest rechtse regering in de geschiedenis van de staat liever vandaag dan morgen zien vertrekken. De beoogde juridische hervormingen, die ervoor kunnen zorgen dat de regering straks meer macht heeft en het hooggerechtshof minder, hebben de natie verdeeld en de grootste protestbeweging van Israël op gang gebracht.

 

In hartje Tel Aviv, op het Dizengoffplein, maken de fanatiekste demonstranten zich klaar voor de mars naar de Kaplanstraat, waar al meer dan dertig zaterdagen op rij wordt gedemonstreerd. Ook in andere Israëlische steden staan elke week antiregeringsbetogingen op de planning.

 

Achteraan de stoet loopt Nir Mann (68), een historicus die vijf boeken schreef over het gebied waar het protest plaatsvindt. Al lopend vertelt Mann over de oud-politicus Eliezer Kaplan, waar deze straat naar vernoemd is. Diezelfde Kaplan wilde als politicus, in de beginjaren van de staat, niet in deze straat investeren. ‘Daarmee is het de enige straat in de wereld die vernoemd is naar iemand die de straat zelf niet wilde hebben’, vertelt hij lachend.

 

Toch is Mann hier niet voor anekdotes uit de oude doos. Hij is hier om te vechten voor de Israëlische democratie. Hij hoopt op steun van het westen tegen ‘de kwaadaardigste’ regering van Israël ooit. ‘We geven absoluut niet op’, vertelt Mann opgetogen. Hij verwijst naar het Israëlische volkslied Hatikwa, wat ‘de hoop’ betekent. ‘En dat is wat wij hebben, hoop op een goede afloop. Het zal niet makkelijk zijn, maar uiteindelijk moeten we deze strijd winnen.’

 

De juridische hervormingen bestaan uit meerdere wetsvoorstellen die het gerechtelijke systeem drastisch veranderen. Israël heeft geen grondwet, maar zogeheten basiswetten die met een kleine meerderheid zijn te wijzigen. Ook de scheiding tussen de wetgevende en de uitvoerende macht is erg zwak, aangezien de regering vrijwel altijd een meerderheid in de Knesset (het Israëlische parlement) heeft. Het afnemen van macht bij de rechterlijke macht, wat in feite gebeurt bij de juridische hervormingen, zorgt voor een nog ongelijkere verdeling.

 

De demonstratiegolf kwam op gang nadat de minister van Justitie Yariv Levin het pakket aan hervormingen op 4 januari aankondigde. Een paar dagen later, op 7 januari, vond het eerste protest plaats. Met 30.000 betogers was het de grootste liberale demonstratie in jaren. Toch viel de groep die avond uiteen in twee groepen; veel demonstranten konden zich niet identificeren met de extreem-linkse groeperingen, waardoor zij het protest elders voortzetten.

 

De zorgen over verdeeldheid binnen de oppositie blijven tot de dag van vandaag bestaan. Zo bestaan er verschillen van mening over de vraag hoe agressief ze moeten zijn en of ze de nadruk moeten leggen op polariserende kwesties, zoals de bezetting op de Westelijke Jordaanoever. Op de Kaplanstraat is weinig van deze verdeeldheid te merken en lijkt de gemeenschappelijke deler in ieders agenda het verdedigen van de democratie.

 

Gadi Wolfsfeld, hoogleraar communicatie aan de Reichman Universiteit in Herzliya, die uitgebreid heeft geschreven over Israëlische politieke protesten, vertelde in januari tegen dagblad Haaretz dat de splitsing tijdens het eerste protest maar weinig voorstelde. Wolfsfeld zocht het probleem meer bij de politieke oppositie die zich moest verenigen.

 

‘Velen van ons hebben een reële angst dat dit het einde is van de liberale democratie in Israël’, zegt de hoogleraar nu via e-mail. Volgens Wolfsfeld slaagt de protestbeweging er grotendeels in te voorkomen dat de ergste wetten van kracht worden. ‘Er zijn veel redenen waarom dit de meest succesvolle protestbeweging in de geschiedenis van Israël is geworden.’

Op de Kaplanstraat wurmt men zich door vele belangengroepen die een post hebben op de weg. Van de LHBTI-gemeenschap tot aan anti-bezettingspartijen en van de Druzen tot vrouwenorganisaties, tientallen partijen hebben zich aangesloten en proberen hun eigen thema’s te verenigen met de juridische hervormingen. Velen zijn te herkennen aan hun kledij en spandoeken.

 

Historicus Mann luistert al meer dan een uur naar de louter vrouwelijke sprekers op het podium. Dit protest staat dan ook in het teken van vrouwenrechten, waar afgelopen zaterdagen andere onderwerpen domineerden. De historicus kijkt met bewondering naar alle minderheden op het protest. ‘Zij zijn gewend aan demonstreren en dat hebben ze ons geleerd.’

 

Echter houdt de grote Arabische minderheid, 21 procent van de bevolking, zich meer op de vlakte in het debat rond de hervormingen. Maar weinig Arabische Israëli’s nemen deel aan de protesten, hoewel zij door de plannen van de regering ook gevaar lopen. Het is algemeen bekend dat enkele ministers in het kabinet, zoals Itamar Ben-Gvir en Bezalel Smotrich, weinig op hebben met de niet-joodse bewoners van het land. Met de mogelijke toenemende macht bij deze ultrarechtse regering, ontstaat de angst dat het hooggerechtshof in de toekomst extreme en illegale wetgeving niet kan terugdraaien.

De protestbeweging wil dat koste wat kost voorkomen, en soms met succes. Zo ontsloeg premier Netanyahu de minister van Defensie na diens kritiek op de hervormingen. Na dagen van protest nam de premier hem weer in dienst en bevroor Netanyahu zijn plannen.

 

De prodemocratische beweging groeit uit tot de grootste protestbeweging in Israël met wekelijks honderdduizend demonstranten, alleen al in Tel Aviv. De betogers hebben snelwegen, scholen, bedrijven en zelfs de luchthaven van het land platgelegd. Ook hele beroepsgroepen hebben zich aangesloten, zoals artsen, wetenschappers, docenten, ondernemers en landarbeiders.

 

Boaz Ben-David, hoogleraar psychologie aan de Reichman Universiteit in Herzliya, staat voor de 23ste keer op het protest om mensen te voorzien van mentale hulp. Hij ziet veel kloven binnen families. ‘Een deel van de familie steunt deze regering en het andere deel niet. Zulke conflicten eisen hun tol in de mentale gezondheid.’

 

Ben-David krijgt veel vragen van jongvolwassenen die overwegen het land te verlaten en daar mentaal mee worstelen, of ouders die niet weten wat ze aan moeten met de militaire dienstplicht van hun kinderen. ‘Deze mensen hebben stress en we horen dat mensen simpelweg niet kunnen slapen.’ De hoogleraar vertelt dat het belangrijk is dat mentale zorgverleners en het publiek in een democratie leven. ‘Want zonder democratie, geen psychologie.’

 

Om de zoveel minuten klinkt de leus ‘democratia’ op een harde beat door de speakers. Ook het woord ‘busha’, wat schande betekent, wordt gescandeerd in de richting van de regering. Hoewel je zo nu en dan een Palestijnse of Druzische vlag ziet, domineert de Israëlische vlag het straatbeeld. Het zorgt ervoor dat ook rechtsere Israëliërs zich thuisvoelen op het protest.

Zo stemde Lior, een twintiger die niet met zijn achternaam in de media wil, een paar jaar geleden nog voor een partij die nu onderdeel is van de coalitie. ‘Maar ik denk dat deze regering niet meer spreekt voor de Israëlische samenleving.’ Lior weet niet wat er gaat gebeuren met de hervormingen. ‘Het is belangrijk dat het publiek genoeg druk blijft uitoefenen op deze regering om de wetgeving te wijzigen.’

 

‘In het slechtste geval belanden we in een constitutionele crisis, en dat wil niemand’, zegt Lior. Hij verwijst naar het hooggerechtshof dat zich dezer dagen buigt over petities tegen de eerste juridische hervorming die eind juli door de Knesset werd geduwd, het dieptepunt voor de prodemocratische betogers. Als het hooggerechtshof zelf een stokje steekt voor de inperking van hun eigen macht, dreigt een constitutionele crisis.

 

Lior hoopt dat de ultraorthodoxe partijen deze regering laten vallen vanwege hun eigen belangen, die soms botsen met die van de rest van de regering. Zoals het eeuwenoude debat rond de dienstplicht: de partijen eisen een volledige vrijstelling voor alle mannen in hun gemeenschap. Ook leken enkele ultraorthodoxe politici zich te verzetten tegen de hervormingen omdat ze Israël te erg zouden verdelen.

 

Daarnaast zorgen reservisten, die weigeren inzetbaar te zijn voor het leger, voor de nodige spanning. In Israëlische media werd vorige maand een schreeuwende Netanyahu beschreven die het leger verantwoordelijk hield voor de slechte situatie rond de reservisten.

 

In oktober keert het parlement terug van reces en moet gaan blijken hoe groot de invloed van het prodemocratische protest was deze zomer.