VN zit in Gaza met handen in het haar: ‘Dit is ongeëvenaard’

De VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) zit in Gaza met de handen in het haar. Zij verloor al 103 medewerkers tijdens de oorlog tussen Israël en Hamas. Mensen, brandstof, geld: alles raakt op. ,,Al 67 gebouwen van ons zijn beschadigd”, zegt UNRWA-mediacoördinator Juliette Touma. ,,Dit is ongeëvenaard.”

De zorgen stapelen zich op voor de grootste vluchtelingenorganisatie in Gaza. ,,We lopen het risico dat we onze hele operatie in Gaza moeten stopzetten vanwege een gebrek aan brandstof”, meldt Philippe Lazzarini, de commissaris-generaal van de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen (UNRWA).


De organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten werd in 1949 opgericht voor de meer dan 700.000 Palestijnse ontheemden na de oorlog van 1948. Alleen al in de Gazastrook telt de organisatie 13.000 medewerkers. Ook in Libanon, Syrië en Jordanië helpt UNRWA miljoenen Palestijnen.


In de Gazastrook heeft de Palestijnse vluchtelingenorganisatie scholen en medische faciliteiten in bezit. Vooral leraren vallen onder het personeelsbestand, en die zijn sinds de terroristische aanslag van Hamas op 7 oktober niet meer veilig in het door Israël gebombardeerde Gaza. Al 103 medewerkers vonden de dood. ,,67 gebouwen van ons zijn beschadigd”, zegt UNRWA-mediacoördinator Juliette Touma, die vanuit Jordanië met deze site belt. ,,Dat is ongeëvenaard.”


Dekking zoeken

Van de 1,6 miljoen ontheemden in Gaza, verblijven ruim 813.000 van hen in gebouwen van de VN. Als de telecommunicatie het toestaat, staat UNRWA in contact met haar mensen, maar dat wordt in het noorden steeds lastiger met de Israëlische aanwezigheid en de Gazanen die dekking zoeken in ziekenhuizen zonder elektriciteit. In het grootste ziekenhuis van de Gazastrook, het Al-Shifaziekenhuis, schuilen nog altijd mensen die de oversteek naar het zuiden niet durven of simpelweg niet kunnen maken.


Hoe de situatie in Al-Shifa er precies uitziet, kan Touma niet zeggen. ,,Vorige week hebben wij de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geholpen met het verzorgen van medische goederen voor dat ziekenhuis. Dat was de laatste keer dat wij het noorden in konden.”


Op de dag dat het Israëlische leger het Al-Shifaziekenhuis binnenviel, kreeg Gaza voor het eerst sinds de oorlog brandstof geleverd. Maar de brandstof mag niet gebruikt worden voor de ziekenhuizen die in nood verkeren. Alleen vrachtwagens die naar de grens van Egypte rijden, kunnen bijtanken. Volgens Touma was de eerste levering allesbehalve genoeg.

 

Destructief agentschap’

Israel moet nog altijd niks hebben van het werk dat de VN-organisatie in Gaza doet voor de vluchtelingen. In een toespraak tot de VN-Veiligheidsraad noemde de Israëlische ambassadeur Gilad Erdan de vluchtelingenorganisatie onlangs een ‘destructief agentschap’. Erdan: ,,UNRWA blijft het Palestijnse volk een leugen voeden dat de wereld hun recht op terugkeer steunt. Laat ik duidelijk zijn: er is geen recht op terugkeer.”


Palestijnen beschouwen het agentschap op hun beurt als een erkenning van het probleem dat zij ontheemd zijn. Touma weerspreekt de beschuldiging dat veel UNRWA-medewerkers bij Hamas horen. ,,De namen van UNRWA-personeel worden gedeeld met Israël. Contact tussen onze organisatie en de aan Hamas gelieerde autoriteiten was in het belang van de hulpverlening.”


Bijna alle financiering van het agentschap komt uit donaties van onder meer de Verenigde Staten en de Europese Unie. UNRWA wil haar hulpverlening blijven doorzetten na de oorlog, maar dat kost geld dat nu snel opraakt. Touma: ,,Wij hebben behoorlijk wat financiële problemen die vooral worden bepaald door geopolitiek.”


UNRWA vreest de aankomende maanden geen salarissen te kunnen betalen. ,,We zijn niet zeker of we de lonen voor onze helden in Gaza kunnen betalen. Dat geldt voor de maanden november en december. We hebben urgent 80 miljoen dollar nodig, enkel en alleen voor deze salarissen.”


Getraumatiseerd

Scholen die worden gebruikt als schuilplaats zijn volgepakt en nog steeds arriveren geëvacueerde Gazanen in het zuiden. ,,Kinderen, vrouwen, ouderen en ook mensen met een beperking moeten vele kilometers afleggen per voet”, vertelt Touma. ,,Heel veel van hen zijn geschokt en getraumatiseerd. De ouderen voelen zich weer hetzelfde als in 1948 en de jongeren ervaren nu hoe het is om huis en haard te verlaten.”


Mensen zijn alles verloren. ,,Het karige dat door de grensovergang heen komt, is bij lange na niet genoeg. We hebben zo veel meer nodig.” De aanstaande winter en de regen maakt de situatie niet bepaald beter. ,,Auto’s die zich al door de verwoeste wegen moesten manoeuvreren, moeten nu ook door de modder heen. En het wordt onmogelijk om straks mensen te verwarmen.”