Israël wil Al Jazeera land uit vanwege ‘propaganda’, ook bij Israëlisch nieuws ontbreekt evenwicht

Het Arabische en het Hebreeuwse nieuws verslaan al bijna een maand de actualiteiten rond de oorlog tussen Hamas en Israël. Daarbij is maar weinig ruimte voor het verhaal van de andere partij. Toch is dit zorgwekkend voor beeldvorming van de oorlog. Specialisten uiten hun zorgen over de berichtgeving vanuit verschillende perspectieven. ,,Ik denk dat elk Israëlisch of Arabisch kanaal in normale tijden al meer bezig is met zijn eigen kant, maar dit zijn geen normale tijden.”

‘Oorlog tegen Gaza’ en ‘Israël in oorlog’, twee statements op de beeldschermen van twee nieuwszenders, het Arabische Al Jazeera en het Hebreeuws N12 Nieuws. De twee koppen staan met koeienletters vermeld en tekenen hoe Arabische en Hebreeuwse nieuwszenders de oorlog verschillend framen. Terwijl Westerse media proberen te balanceren met evenwichtige berichtgeving, lijken Arabische en Hebreeuwse media meer gefocust op het eigen leed.


De Israëlische noodregering heeft inmiddels regelgeving goedgekeurd die haar in staat stelt buitenlandse nieuwskanalen tijdelijk te sluiten tijdens noodtoestanden, zoals de huidige oorlog tussen Israël en Hamas. Minister van Communicatie Shlomo Karhi heeft de aanklacht geleid om de nieuwszender Al Jazeera te sluiten, die volgens hem de nationale veiligheid heeft geschaad. Al Jazeera zou samenwerken met Hamas en fungeren als spreekbuis van de terroristische organisatie.


Dat Al Jazeera vooral een Arabische en islamitische doelgroep aanspreekt, mag geen verassing heten, zegt Ned Lazarus, hoogleraar Internationale zaken aan de George Washington University. Het nieuwsmedium, dat is gevestigd in Qatar, was een van de eerste satellietzenders en kreeg veel krediet in de Arabische wereld omdat het zeer kritisch was op de regimes, wat nieuw was in tijden van de vele staatsmedia. ‘Al Jazeera is een hele belangrijke zender in de Arabische wereld.’


Onevenwichtig

Lazarus, die gespecialiseerd is in het Arabisch-Israëlischconflict, ziet dat het zwaartepunt in de berichtgeving bij Al Jazeera in de Palestijnse gebieden ligt. ‘Al Jazeera is veel meer bezig met het Palestijnse verhaal. Het is bereid om met Israëlische gesprekspartners te praten, maar hun journalistieke items in dit conflict zijn meestal door Palestijnse ogen.’


De traditionele Arabische en Hebreeuwse media lijken goed door te hebben wat hun doelgroep wil zien en horen. Sommige Israëlische journalisten zeggen dat verslaggeving over de oorlog nog moeilijker is geworden dan eerdere conflicten. Het uiten van afwijkende meningen is beladen, zei Anat Saragusti, een staflid van de Unie van Journalisten, tegen The New York Times.


Israel Frey, een ultraorthodoxe journalist, werd het doelwit van rechtse activisten vanwege zijn uitgesproken kritiek op het Israëlische beleid tijdens de oorlog. Hij had zijn bezorgdheid geuit over de burgerdoden in Gaza. Tientallen demonstranten omsingelden vervolgens zijn huis en staken vuurwerk af.


Hebreeuwse nieuwszenders als N12 en het rechtse Arutz 14 hebben vanzelfsprekend een Israëlische doelgroep, en die zijn nu vooral bezig met het verwerken van de gruwelen die zich 7 oktober voltrokken. In de Israëlische studio’s vragen familieleden daarom ook aandacht voor hun geliefden in Gaza, verslaggevers interviewen gewonde Israëliërs in ziekenhuizen en journalisten rapporteren het bloedbad in Zuid-Israël.


De Israëlische media zijn meer gefocust op het lijden van de Israëlische slachtoffers, ziet Lazarus. ‘Ik denk dat elk kanaal in normale tijden meer bezig is met zijn eigen kant, maar dit zijn geen normale tijden. Dit zijn de meest extreme tijden die we ooit hebben gezien.’ Hoewel Israël een zekere persvrijheid heeft, moeten de louter Hebreeuwse sprekende nieuwsconsumenten goed zoeken voor persoonlijke verhalen uit Gaza.


Kritiek

Evenwichtige berichtgeving zegt echter weinig over de kritiek die media uiten op eigen regimes. Zo ziet Lazarus bij Hebreeuwse media veel kritiek op de Israëlische regering. ‘Vooral nu als ik het Israëlische nieuws bekijk; dan zie ik heel veel kritiek na de grote blunder op 7 oktober.’ Ook in Israëlische kranten wordt onder andere Benjamin Netanyahu hard aangepakt door analisten. ‘Netanyahu moet nu vertrekken, niet na de Gaza-oorlog’, kopte de Israëlische krant Haaretz bij een analyse van journalist Alon Pinkas.


Ook bij Al Jazeera English, de Engelstalige versie van het netwerk, is ruimte voor kritiek op de Palestijnse autoriteiten. Bij interviews met Hamas-woordvoerders wordt het bloedbad op 7 oktober niet vermeden en vragen presentatoren door op het lot van de gijzelaars. Volgens journalist Oren Kessler, die in 2012 het onderzoek ‘The two faces of Al Jazeera’ publiceerde, straalt Al Jazeera in het Engels een aura uit van betrouwbaarheid en onafhankelijkheid, omdat het tegenover kritische westerse kijkers moet concurreren met netwerken als CNN.


Daarentegen promoot het volgens Kessler in het Arabisch een agressieve lijn die de belangen van Qatar dient.

Maar kritiek op de ‘tegenpartij’ is vanzelfsprekender. Zo uiten de Arabische nieuwszenders als Al Arabiya in Saudi Arabië en Al Manar in Libanon zich net als Al Jazeera zeer kritisch op de Israëlische bezetting. En ook Middle East Eye, een vanuit Londen opererende nieuwswebsite opgericht door ex-Guardianredacteur David Hearst, publiceert veelvuldig verhalen over het leed van de Palestijnen.


Daarnaast klinkt in Israël weer veel kritiek op de daden van Hamas. Die zouden hun burgers als menselijk schild gebruiken tijdens de Israëlische luchtaanvallen en houden ze Gazanen tegen die willen vluchten. In Israël proberen velen inwoners je met video’s te overtuigen van de terreurdaden van Hamas.


Echokamers

Hoogleraar Lazarus noemt onevenwichtige berichtgeving zorgwekkend omdat nieuwsmedia veel invloed hebben op de beeldvorming van de oorlog. Hij verwijst naar een onderzoek tijdens het vorige conflict tussen Israël en Hamas in 2021. ‘Toen bleek hoezeer mensen in zogenaamde echokamers leven, hun eigen verhaal wordt versterkt door de media die ze consumeren.’


En sociale media spelen daarbij een belangrijke rol. Vooral jongeren consumeren hun nieuws via Instagram of Tiktok. ‘Onevenwichtige berichtgeving bestond natuurlijk al, maar is enorm verergerd door deze sociale en digitale media’, zegt Lazarus.


Hij verwijst naar algoritmes die ervoor zorgen enkel één kant van het verhaal te tonen. ‘Door mijn werk in het verleden heb ik honderden Palestijnse en Israëlische vrienden op Facebook. Dus op mijn Facebook-feed word ik geconfronteerd met beide perspectieven.’ Lazarus adviseert om meer naar Westerse media zoals The New York Times en de BBC te kijken, die onafhankelijker in het conflict staan.


Raketinslag

Naast dat het evenwicht evident verschilt, verschillen soms ook de berichten. Zoals na de inslag bij het Gazaanse Al-Ahli ziekenhuis. Waar Al Jazeera sprak over een Israëlische luchtaanval, domineerde de lezing van het Israëlische leger de koppen in Hebreeuwse media.


De Palestijnse autoriteiten zeggen dat het ziekenhuis werd getroffen door een Israëlische luchtaanval. Maar Israël beweert dat de explosie werd veroorzaakt door een mislukte raketlancering van de Palestijnse Islamitische Jihad. Na de explosie lagen Westerse media en Al Jazeera ook onder vuur omdat ze te snel meegingen in het frame van Hamas.


Ook woorden doen ertoe in deze informatieoorlog. Waar in Arabische media veelvuldig wordt gesproken van de ‘bezette’ Westelijke Jordaanoever of ‘bezet’ Oost-Jeruzalem, ontbreken die termen in de Israëlische kranten en journaals.