‘Als ik wakker word, bereid ik mezelf voor op de dood’

Sinds het uitbreken van de oorlog tussen Israël en Hamas zijn al tientallen journalisten gedood, de meeste van hen aan Palestijnse zijde. Maha Hussaini vertelt over haar dagelijkse angst in de Gazastrook. ‘Ik kan er niet mee stoppen, ook al weet ik dat ik voor mijn werk vermoord zou kunnen worden.’

Maha Hussaini, die als freelancejournalist werkt voor de Britse nieuwswebsite Middle East Eye, moest op 13 oktober noodgedwongen haar woning in Gaza-Stad verlaten. Haar wijk werd verschillende keren gebombardeerd; tientallen van Hussaini’s buren en collega’s kwamen om, raakten gewond of werden dakloos.


Zelf is Hussaini, behalve journalist ook mensenrechtenwerker bij Euro-Med Human Rights Monitor, momenteel ontheemd in het midden van de Gazastrook. “Ik hoor elke dag over de moord op collega-journalisten en activisten. Als ik wakker word, bereid ik mezelf voor op de dood. Deze oorlog lijkt een oorlog tegen alle Palestijnen te zijn, inclusief journalisten.”


Het Comité ter Bescherming van Journalisten (CPJ), dat alle berichten over journalisten en mediamakers die omkomen of vermist of gewond raken in de oorlog onderzoekt, rept van de dodelijkste maand voor journalisten sinds het in 1992 begon met het verzamelen van gegevens.


56 Palestijnse, 4 Israëlische en 3 Libanese journalisten kwamen al om het leven tijdens deze oorlog. Daarnaast raakten er 11 gewond, zijn er 3 als vermist opgegeven en zijn 19 journalisten volgens het CPJ gearresteerd. Ter vergelijking: over heel 2022 werden wereldwijd 67 journalisten gedood tijdens of vanwege het uitoefenen van hun functie.


Cruciaal werk

Een van hen was Al Jazeeracorrespondent Shireen Abu Akleh. Toen ze in mei vorig jaar een Israëlische inval op de Westelijke Jordaanoever versloeg, werd de Palestijns-Amerikaanse journalist dodelijk in het hoofd getroffen door een kogel. Abu Akleh droeg een kogelwerend vest met het woord ‘Press’ erop. Hoewel Israël eerst ontkende de journalist te hebben gedood, acht het land zijn verantwoordelijkheid nu ‘zeer mogelijk’.


Hussaini: “Ik weet hoe cruciaal mijn werk en plicht op dit moment zijn en ik kan er niet mee stoppen, ook al weet ik dat ik voor mijn werk vermoord zou kunnen worden, op elk moment.” Journalisten in de hele regio brengen volgens het CPJ grote offers om dit ‘hartverscheurende conflict’ te verslaan. ‘Vooral degenen in Gaza hebben een ongekende tol betaald,’ schrijft het comité.

 

Hussaini zegt zich ervan bewust te zijn dat journalisten rechtstreeks het doelwit zijn van de Israëlische luchtaanvallen. “Ik kan niet zeggen dat ik bang ben, maar ik voel me wel bedreigd.” Ze beweert dat Israël de stem van journalisten in Gaza tot zwijgen lijkt te willen brengen en de stroom nieuws en verhalen uit de Gazastrook probeert te beperken, zodat journalisten als Hussaini niet de ‘oorlogsmisdaden’ van het Israëlische leger kunnen verslaan.


Het Israëlische leger laat weten dat het ‘zich nooit doelbewust op journalisten heeft gericht en dat ook nooit zal doen’. Wel benadrukt het leger het gevaar van gevechtsgebieden en betreurt het onbedoelde slachtoffers. Ook zegt het dat bepaalde journalisten die zijn vermoord ‘naar verluidt actieve terreuragenten waren’.


Beperkte communicatie

Tijdens het staakt-het-vuren van eind november konden journalisten even op adem komen. Maar op de dag dat het bestand werd gebroken, kwamen drie van hen alweer om.


Zo werd Montaser Al-Sawaf, een Palestijnse cameraman van Anadolu Agency, gedood bij Israëlische luchtaanvallen in de Gazastrook, schrijft het CPJ. Adham Hassouna, een Palestijnse freelancejournalist en mediaprofessor aan de universiteit van Gaza, werd samen met verschillende leden van zijn familie gedood op 1 december.


De beperkte telecommunicatie zorgt voor minder verslaggeving vanuit Gaza. “Ik ben bijna volledig afgesloten van de buitenwereld,” stuurt Hussaini via WhatsApp. Foto’s kan ze niet sturen vanwege het gebrekkige internet. “Ik heb geen internettoegang meer sinds Israël alle telecommunicatienetwerken heeft afgesneden en de hoofdkantoren van de belangrijkste telecommunicatiebedrijven in Gaza heeft gebombardeerd.”


Hussaini probeert met haar Israëlische telefoonnummer verbonden te blijven met de buitenwereld, maar werken is lastig. “Omdat ik geen internettoegang heb op mijn laptop, schrijf ik mijn verslagen op mijn mobiel. De black-out maakt het ook heel moeilijk om contact op te nemen met bronnen of om interviews af te nemen.”

In Gaza kan op dit moment nauwelijks onafhankelijk onderzoek worden verricht naar de omstandigheden waaronder journalisten zijn omgekomen.